‘blog van Brambonius’

januari 24, 2010

fundamentalisme

Fundamentalisme is een interessant woord, dat in ons hedendaags taalgebruik te pas en te onpas gebruikt wordt. Ik kan mij nog herinneren dat in mijn kindertijd in de pinksterkerk mensen het positief gebruikten, met de uitleg dat we stevig moeten staan op ons fundament de bijbel (Wat op zich een bizarre uitleg is, want Jezus gebruikt het woord eigenlijk alleen over zijn eigen woorden, of zelfs de bergrede, zie Mattheus 7:24-25 en Lucas 6:48-49) Maar nu in het heerstende klimaat is het een uitermate  negatief woord, en de enige waarvan ik weet dat hij het etiket met trots gebruikt is Marc Verhoeven en ik vrees dat zijn gebruik van dat label voor hemzelf één van de weinige dingen waarover ik het ooit met hem eens zal zijn…

Mark Verhoeven mag dan gelukkig een fundamentalist alleen zijn -al geeft zijn site voor mensen die niet veel van het christendom kennen wel een uiterst ongelukkig en onrepresentatief voorbeeld daarvan-,  zijn theoriën zijn inderdaad grotendeels afkomstig van van een historische christelijke stroming van begin twintigste eeuw die de naam fundamentalisme draagt. In feite was het een sterke anti-reactie tegen het modernistische wereldbeeld waarin onder andere het bovennatuurlijke werd weggeredeneerd, maar het ging wel uit van de uit datzelfde modernisme overgenomen hyper-rationalitische manier van denken: Het herformuleerde als reactie op het vrijzinnig christendom de kern van het geloof tot een aantal leerstellingen, die historisch gezien niet allemaal de belangrijkste waren, en die vooral nadruk legden op het rationeel geloven van een aantal (bovennatuurlijke) leerstelling, die door de vrijzinnigen veelal ontkend werden: (koop ze hier op CD-ROM…)

*¨de Goddelijkheid van Christus
* de maagdelijke geboorte
* de verzoening door bloed
* de lichamelijke opstanding
* de onfeilbaarheid van de bijbel

Op zich historische doctrines van het Christendom, maar dikwijls nogal uit de context en verband getrokken., en met alleen deze ideëen kom je niet echt tot de kern of het ‘fundament’ van een zinnig christendom. De onfeilbaarheid van de bijbel, die vooral van belang was, werd onder de eerder genoemde modernistische invloed extreem literalistisch bekeken, en er werd vanuit gegaan dat alles in de bijbel dat historisch-letterlijk gelezen kan worden volledig wetenschappelijk bewezen kon worden. Ook uit het fundamentalisme komt het heel sterke idee dat geloof in evolutie en in God mekaar per definitie tegenspreken want dat het scheppingsverhaal letterlijk in 6 dagen gelezen moét worden want anders kan je niets van de bijbel vertrouwen… Daarvoor waren er in de evangelische takken van de protestantse kerken evengoed vormen van oude aarde creationisme, gap theory en creatie-door evolutie, maar met de komst van het fundamentalisme werden die opties onmogelijk voor de evangelischen. (Al is er de laatste jaren wel meer openheid voor bijvoorbeeld evolutionaire creatie, zeker in intellectuele kringen) Eigenlijk komt van de fundamentalisten het idee dat de bijbel wetenschappelijk bewezen kan worden, en ook de neiging om op die manier de bijbel te verdedigen, alsof het Christendom niet meer zou kloppen als één van onze bijbelinterpretaties wetenschappelijk niet blijkt te kloppen…

Theologisch gezien is fundamentalisme vooral gebaseerd op een streng dispensationalisme, al kan er in sommige andere versies ook nadruk gelegd worden op calvinisme. Meestal wordt er van uit gegaan dat alle andere Christelijke stromingen afvallig zijn (en naar de hel gaan) en dat zij de engine overgebleven ware kerk zijn in een grote boze wereld. Het fundamentalisme van de eerste helft van de twintigste eeuw heeft deels wel invloed gehad op het evangelicalisme van de tweede helft van die eeuw, en zelfs op de pinksterbeweging, maar in feite blijven de verschillen toch heel groot, en is de meeste invloed er in veel stromingen ondertussen wel uit.

Maar taal is een evoluerend gegeven, en het woord fundamentalisme is uiteindelijk verbreed geworden naar alle vormen van religies die onbuigzaam (en dikwijls ook militant) en met sterke oogkleppen zich afsluiten van de rest van de wereld. Zo wordt het woord in het nederlands waarschijnlijk het meeste over een heel enge (in alle bekenissen van het woord) vorm van islam gebruikt, die bovendien ook nog eens geweldadig is. Fysiek geweld en oorlogsdreigingen zijn iets eerder zeldzaam en atypisch bij christenfundamentalisten in de originele betekenis van het woord. Ze kunnen andersdenkenden verbaal de duivel aandoen, maar gaan normaalgezien geen bommen gooien op ongelovigen, toch als ze niet door hun regering naar Vietnam, Irak of afganistan stuurt om dat te doen…

Voor het modernisme en de verlichting was de Christelijke theologie veel symbolischer en opener voor paradoxen, het was trouwens ook een oosterse godsdienst van oorsprong…, geen westerse, wat sommige nogal eens vergeten. Symbolen en mythen en parabels zijn veelgebruikte manieren om iets te zeggen dat nooit in de taal van systematische en exacte wetenschappen te zeggen is, en het christendom is dat momenteel in deze postmoderne tijd terug aan het ontdekken. Ik denk aan de grote interesse in narratieve theologie die bijvoorbeeld in de emerging church momenteel gelegd wordt, inplaats van op systematische theologiën. Dat is een stap weg van de modernistische onderbouw die het fundamentalisme had aangenomen om de vrijzinnigen op eigen terrein te bekampen, maar ik denk een stap in de goede richting.
Fundamentalisme is zo extreem geworden als reactie op de vrijzinnigen die de andere kant uit gingen, en die soms heel hun christendom uitholden. Het probleem is dat er niet één hellend vlak is in deze beeldspraak, maar dat een tweede hellend vlak over het hoofd werd gezien: dat naar dode religie, nota bene datgene waar Jezus het meeste tegen protesteerde…Als religie een systematisch systeem wordt dat maar intellectueel aangenomen moet worden om ‘gered te worden’ is er serieus iets mis. Jezus kwam niet om ons ingewijde kennis te geven over hoe wij naar de hemel kunnen gaan naar dit leven, maar Hij kwam om ons uit te nodigen tot een andere manier van leven, die wel een eeuwige dimensie heeft, maar die ook vooral over het hier en nu gaat, van een ‘anders gaan leven’ waarbij het Koninkrijk van God groeit door ons door. Zeker dankzij al die eeuwen rationalisering loopt het Christendom gevaar om niet een manier van leven te worden, maar gewoon een hoop geheime kennis die ons helpt om niet naar de hel te gaan. Dat is wel het laatste waar Jezus voor naar de aarde gekomen is…

Een ander gevaar is de andere kant, een dode rituele religie van regels en wetten, die evenmin leven brengt, maar dood. Ook daar neigde het fundamentalisme naar… Jezus volgen is inpluggen in het Leven, en daardoor veranderd worden, leren liefhebben, zelfs onze vijanden… We hebben daar natuurlijk de hulp van de Heilige Geest van nodig, maar het gaat in de eerste plaats om een verandering van ons hart, niet van uiterlijke gedragingen…

Maar op zich is de ontwikkeling van meer fundamentalistische bewegingen in veranderende tijden een logische ontwikkeling. Mensen zijn bang van de verandering die hun wereldbeeld doet uiteenvakken, en gaan dan hun identiteit en sterkte nog meer zoeken in een sterk vast systeem, en hun godsdienst, die normaal meer dynamisch en levend en mee met de cultuur evoluerend wordt dan vastgepind en gefixeerd.

Niet alleen wij Christenen en de moslims hebben daar last van. Eén van de meest tragische en ironische nieuwe evoluties is de groei van het atheistisch fundamentalisme, maar dat is voor een volgende post…

shalom

Bram

mei 11, 2009

de ‘religiometer’ van Anne Provoost

Ik kwam dit tegen toen ik aan het surfen was. De tabel is gemaakt door Anne Provoost, een atheist dus, en komt van hier: best interessant! http://www.anneprovoost.be/nl/index.php/BemindeOngelovigen/Fragment

Ik vroeg me af of iedereen zich hier in één van de stappen kan vinden… Ikzelf namelijk niet vrees ik.

(de uitdrukking ‘spreken in tongen’ is trouwens helemaal verkeerd gebruikt!)

Eerste graad: Je staat in de wereld, maar je hebt op geen enkele manier het gevoel dat je deel uitmaakt van wat je ‘een groter geheel’ zou noemen.Tweede graad: Je leeft met het gevoel dat je deel uitmaakt van een groter geheel, je voelt verbondenheid, maar je gelooft geen moment dat het grotere geheel afhangt van een kracht die buiten de wetten van de natuurkunde valt. Als in situaties van zogenaamde singulariteit de natuurwetten niet meer opgaan, is er voor jou nog altijd geen sprake van iets bovennatuurlijks, wel van andersoortige, aan relativiteit onderhevige natuurwetten.

Derde graad: Je leeft met het gevoel dat je deel uitmaakt van een groter geheel, maar je stelt dat je niet kunt weten of de grootheid die je ervaart binnen of buiten de wetten van de natuurkunde valt.

Vierde graad: Je gelooft dat de grootheid die je ervaart wel degelijk iets is wat de wetten van de natuurkunde overstijgt, maar je noemt het bewust niet ‘god’ omdat dat begrip te beladen is. Je vindt geen enkel begrip goed genoeg, dus je opteert voor ‘iets’: ‘Er moet toch íéts zijn!’

Vijfde graad: Je gelooft dat de grootheid die je ervaart een bovennatuurlijke kracht is. Je noemt die ‘God’. ‘God’ staat buiten de materie en kan alles zijn. Het is een aanwezigheid, meer is er niet van bekend.

Zesde graad: Je gelooft in het bovennatuurlijke. De onstoffelijke kracht van graad 5 is verpersoonlijkt. ‘God’ bezit menselijke kenmerken. Hij kan liefdkt. e voelen, aandacht geven, teleurgesteld zijn, hoop koesteren. Hij is volstrekt onmachtig, maar hij weet wel alles van je want ‘de haren op je hoofd zijn geteld’.

Zevende graad: ‘God’ is meer dan de aandachtige, verpersoonlijkte aanwezigheid van graad 6. Hij heeft ook plannen met je. Die plannen zijn niet altijd even doorgrondelijk.

Achtste graad: ‘God’ heeft niet alleen plannen met jou, hij heeft ook plannen met de wereld en met de andere mensen, met álle andere mensen, of ze nu gelovig zijn of niet. Niets gebeurt zonder zijn betrokkenheid.

Negende graad: ‘God’ omschrijft zijn plannen en doelstellingen zo duidelijk dat er wetten en regels uit af te leiden zijn. De meeste wetten en regels betreffen de menselijke ethiek. Verder bepaalt hij je visie op het ontstaan van hemel en aarde, leven en dood, god en mens. Er zijn straffen voorzien voor wie zich niet aan de regels houdt, en beloningen voor wie dat wel doet, zoals er ook straffen zijn voor wie de visie op het universum die wordt voorgeschreven niet aanvaardt, en beloningen voor wie dat wel doet. Je weet niet hoe je later zult worden verloond, maar je gaat ervan uit dat ‘God je niet zal teleurstellen’.

Tiende graad: Omdat ‘God’ zijn doelstellingen op aarde alleen door de mens kan bereiken, zet hij jou in om zijn wetten en regels te openbaren, toe te lichten (‘te spreken in tongen’), te implementeren, af te dwingen. In een doorgeschoten vorm kan dit betekenen dat hij jou als instrument inschakelt om op te treden wanneer iemand de door ‘God’ voorgeschreven visie en wetten niet aanvaardt.

Als we bricoleren waar ik het mee eens kan zijn krijgen we: (4) Je gelooft dat de grootheid die je ervaart wel degelijk iets is wat de wetten van de natuurkunde overstijgt. (5) Je noemt die ‘God’. ‘God’ staat buiten de materie. (6) God’ bezit menselijke kenmerken. Hij kan liefdkt. e voelen, aandacht geven, teleurgesteld zijn, hoop koesteren. (…) hij weet wel alles van je want ‘de haren op je hoofd zijn geteld’. (7) Hij heeft ook plannen met je. Die plannen zijn niet altijd even doorgrondelijk. (8) hij heeft ook plannen met de wereld en met de andere mensen, met álle andere mensen, of ze nu gelovig zijn of niet. Niets gebeurt zonder zijn betrokkenheid. (9)God’ omschrijft zijn plannen en doelstellingen zo duidelijk dat er wetten en regels uit af te leiden zijn. (10)Omdat ‘God’ zijn doelstellingen op aarde alleen door de mens kan bereiken, zet hij jou in om zijn wetten en regels te openbaren, toe te lichten.

Misschien zit ik nog het beste op 8, omdat de 2 stappen erna te ver gaan in absolutistische richting: bij 9 ben ik het totaal oneens met ‘zoals er ook straffen zijn voor wie de visie op het universum die wordt voorgeschreven niet aanvaardt’: Dan zouden alle joden, eerste christenen, middeleeuwers, etc… per definitie verdoemd zijn, of misschien wij wel omdat de het eerste eeuwse joodse wereldbeeld niet volgen… Ik denk het christelijk geloof niet vasthangt aan een wereldbeeld, maar in elk wereldbeeld opnieuw vertaald moet worden. De inquisitie dacht anders en iedereen die het geocentrische wereldbeeld verwierp kon het wel eens heel warm krijgen… Maar ik ben postmodern zeker? Zowiezo zijn er verschillende wereldbeelden geweest voor het onze in de geschiedenis van he christendom…

bij 10 zou het begin een parafrase van moeder theresa kunnen zijn, maar afdwingen is totaal uit den boze vrees ik. Dus ikzelf voel me ergens tussen 8, 9 en 10…

Waar plaats je jezelf? Voor traditionele evangelicals wordt het meestal 10 denk ik. (Al zou ik zelf denken dat straffen voor een verkeerd wereldbeeld slechte theologie is voor veel mensen, of ben ik te hoopvol?)

En Waar plaatsen we bijvoorbeeld de ‘emerging church’? Waar plaatsen we shane Claiborne? Of is de ‘religiometer’ door en door modernistisch?

shalom

Bram

februari 2, 2009

Peter Rollins: “Ik ontken de opstanding”

We gaan nog eens naar de filosofische theoloog Peter Rollins, die op zijn blog een berichtje heeft gepost getiteld: “My Confession: I deny the Resurrection“.

Een zeer shoquerend uitziende titel, die de meeste orthodoxe en zeker evangelische Christenen zou doen denken dat de genoemde heer Rollins simpelweg géén van hen is. Maar er is meer aan de gang dan dat, en ik vertaal even losjes wat hij heeft gezegd (in het calvin college nog wel, of all places…) om dat te laten zien:

“Zonder aarzeling wil ik volledig en compleet bevestigen dat ik de opstanding van Christus ontken. Dit is iets wat iedereen die me kent je zou kunnen zeggen, en ik ben niet bang om dat publiek te zeggen, wat mensen ook mogen denken.

Ik ontken de opstanding van Christus elke keer weer wanneer ik niet dien aan de voeten van de onderdrukten, elke dag dat ik mijn rug keer naar de armen. Ik ontken de opstanding van Christus wanneer ik mijn oren sluit voor de schreeuw van de vertrapten en mijn steun geef aan een onrechtvaardig en corrupt systeem.

Maar ondanks dat zijn er momenten dat ik de opstanding bevestig, hoe weinig en hoe ver ze ook zijn. Ik bevestig ze wanneer ik opsta voor zij die gedwongen worden om te leven op hun knieën, wanneer ik spreek voor diegenen wiens tong uitgerukt is, wanneer ik ween voor zij die geen tranen meer hebben om te huilen.”

dit doet me denken aan dat stukje van dc-talk, een stukje gebabbel dat aan het nummer ‘jesus freak’ geplakt is: “The greatest single cause of atheism in the world today is Christians who acknowledge Jesus with their lips, then walk out the door and deny Him by their lifestyle. That is what an unbelieving world simply finds unbelievable.” (van Brennan Manning eigenlijk)

verder word ik er gewoon stil van…

shalom

Bram

Blog op WordPress.com.