‘blog van Brambonius’

mei 11, 2012

Hortum Brambonii

Filed under: natuur, Uncategorized, wild voedsel — Tags: , , , , , , , — brambonius @ 8:38 pm

Geachte lezers…

Ik weet dat het hier nog steeds extreem stil is, maar ik heb een aankondiging te doen!

Naast mijn blogs van Brambonius in Nederlands en Engels heb ik vanaf nu ook ‘Hortus Brambonii‘ (latijn voor ‘de tuin van Brambonius) in beide talen. Deze blog zal meer gaan over natuur, tuinieren en een beetje alternatief koken. Er is ook een nieuwe Twitter feed aan verbonden.

Alle artikelen in deze categorie die hier of elders verschenen zijn zullen daar trouwens op termijn ook terug te vinden zijn!

Neem dus snel een kijkje op hortus Brambonii!!

peace

Bram

maart 31, 2012

wilde groenten in en rond de moestuin (de vuylen spiegel)

Zelf je eigen groenten kweken heeft een aantal voordelen: Het maakt het niet alleen mogelijk om altijd vers voedsel te hebben, maar je een tuin onderhouden is leuk, gezond en soms ook heel rendabel. Bovendien weet je dan ook waar je eten vandaan komt en hoe het geteeld is, wat in deze tijd niet te onderschatten is. Vele bekende, maar ook onbekende groenten (zie ook mijn vorige artikel hierover) zijn makkelijk, of soms met iets meer moeite zelf te kweken, en soms veel smakelijker vers dan uit de winkel. Maar dat spreekt allemaal vanzelf, dus gaan we vandaag een stapje verder. soms, dikwijls zelfs, is er met een beetje aandacht zelfs een gratis bonus, die veel mensen gewoon compleet negeren: De wilde natuur zorgt dikwijls zelf ook al voor eetbare planten, zonder dat je zelf nog maar één zaadje in de grond hebt gestoken! En veel van deze ‘accidentele groenten’ worden door de meeste mensen als schadelijk onkruid bekeken, en horen als dusdanig zelfs in het rijtje thuis van hardnekkig bestreden planten!

Dikwijls hebben we een heel diep gewortelde neiging tot het maken van een scheiding tussen geplante en dus nuttige planten enerzijds, en spontaan opgekomen onkruid dat niet alleen onnuttig is, maar zo snel mogelijk vernietigd moet worden anderzijds. Deze houding is begrijpelijk, maar soms een beetje overdreven, en met zo’n instelling kunnen we een aantal lekkere gratis groenten missen (en soms ook nuttige geneeskruiden, maar dat is een ander onderwerp) die soms ook nog eens de basis kunnen vormen voor een paar niet alledaagse maar heel interessante gerechten!

(Lees verder @ de vuylen spiegel)

juli 12, 2011

‘Melganzenvoet eten’?

Mijn blog is recentelijk regelmatig gevonden op de zoekterm ‘Melganzenvoet eten’ en aanverwante termen als ‘Melganzenvoet giftig?’, dus voor mensen die zich afvragen of de Melganzenvoet eetbaar is: Ja, absoluut!

 

De melganzenvoet (Chenopodium album, zie foto)  is één van de meest algemene onkruiden op verstoorde en bewerkte grond  in veel gematigde gebieden, waaronder dit deel van Europa. Hij komt bijna overal op waar de grond omgewoeld wordt, omdat hij een eenjarige zaadbankplant is: de plant maakt in zijn korte leven van één seizoen heel veel zaden, die heel lang in de grond kunnen blijven zitten wachten tot te terug boven komen.

Dat de plant eetbaar is is helemaal geen nieuws: Hij wordt al gegeten sinds voorhistorische tijd. De kleine zwarte zaadjes zijn gevonden in oude graven, en ook de bladeren worden al heel lang gegeten door verschillende volkeren, en vroeger ook hier.

Met de zaden heb ik geen ervaring, ze zijn nogal klein frutselig om te oogsten denk ik, maar er zal wel een manier zijn om ze te verzamelen en bewerken die ik niet ken. De plant is trouwens nouwverwant met Quinoa (Chenopodium quinoa), een graan uit de andes dat tegenwoordig in elke biowinkel te vinden is. Maar ik houd het bij de bladeren, die soms in de moestuin meer opbrengst geven dan wat ik oorspronkelijk gezaaid had…

Zoals heel veel andere soorten in dezelfde familie, die ook spinazie bevat, melde- en ganzenvoetsooretn, maar ook bieten en amaranten, kunnen de bladeren heel goed gegeten worden. Jonge bladeren kunnen ook rauw gegeten worden, oudere bladeren worden best gekookt. De bloemen worden als ze jong zijn ook door sommigen gegeten trouwens. Persoonlijk vind ik Melganzenvoet (en de nauwverwante Boomspinazie Chenoposium giganteum) trouwens zelfs lekkerder en fijner van smaak dan de gewone spinazie!

Enkele opmerkingen moeten gegeven worden: zoals bij spinazie, zuring en rabarber moet opgelet worden door het relatief hoge oxaalzuurgehalte, dat voor mensen met reuma een punt van aandacht kan zijn. Verder moet zoals bij veel andere groene  bladgroenten opgelet worden als er teveel kunstmest gebruikt geweest is voor een te hoog nitraatgehalte in de bladeren. En bij verzamelen in het wild moet opgelet worden dat er geen onkruidverdelger gebruikt is natuurlijk…

Maar op zich, de melganzenvoet is even eetbaar als de spinazie die we in de winkel vinden, en op dezelfde manier te gebruiken is maar die volgens mij toch net iets beter smaakt. En op andere manieren kan hij ook gebruikt worden, maar met de zaden heb ik dus geen ervaring zelf.

(Een ander gebruikt van de plant in bepaalde teelten zoals bietenis de plant rond de teelt zetten, omdat bepaalde plaaginsecten als bladmineerders eerder Melganzenvoet eten dan de geteelde groeten…Maar dat is misschien niet helemaal relevant hier)

smakelijk allemaal

Bram

juli 8, 2011

Bramse ‘Aziatische’ fusiontafel met radijspeulen, boomspinazie en daglelies…

scampi's oriental, dikke rijstnoedels, groentencurry met radijspeulen, gebakken dagleliebloemen en wat rauwkost


Dit is weer één van die gerechten die ik opschrijf om niet te vergeten… Dat iemand toevallig alle ingredienten zou hebben en dezelfde schotels zou maken lijkt me sterk, maar het kan best inspirerend zijn. De ingrediënten die met * zijn aangeduid worden later besproken en zijn van eigen kweek.

Voor 2 personen (maar dan is er wel overschot) De Bramse Aziatische fusiontafel bestond uit 3 gerechten: groentencurry met radijspeulen, geroerbakken dagleliebloemen en scampi’s ‘oriental’, waarbij dikke rijstnoedels geserveerd werden, en nog wat rauwkost.  De volgorde van het klaarmaken van de gerechten is op eerst met de curry te beginnen, en pas later aan de daglelies, noedels en scampi’s.

Groentencurry met radijspeulen

ingrediënten:

radijspeulen, shungiku, boomspinazie, dagleliebloemen

  • handjevol radijspeulen*
  • 2 kropjes minipaksoi
  • 1 wortel
  • 1/3 komkommer
  • 1/3 zoete aardappel
  • handje boomspinaziebladeren*
  • 1 ajuin
  • kruiden: peper, zout, kerry madras, pili-pilihalf blokje groentenbouillon
  • half blikje kokosmelk
  • paar blaadje Shungiku*
  • beetje olie

snijd de ajuin in 2 en dan verder in halve ringen, en fruit even in wat hete olie. Snijd dan de wortel in schijfjes, het stuk gepelde komkommer in reepjes, de zoete aardappel in blokjes en de minipaksoi in reepjes en laat dan samen stoven. Na 10 minuten de radijspeulen en de fijngehakte bladeren van de boomspinazie toevoegen, samen met twee glazen water en de kruiden, en een tijd laten doorkoken.

Voor het opdienen ‘blussen’ met een hald blikje kokosmelk, warm opdienen met dikke rijstnoedels.

Geroerbakken dagleliebloemen.

Ingrediënten:

  • tiental verse dagleliebloemen of rijpe bloemknoppen*
  • 1 kropje minipaksoi
  • handje boomspinaziebladeren*
  • paar bladeren shungiku*
  • twee takjes citroenmelisse
  • beetje olie

Maak de olie warm in de pan, en voeg dan de bloemen toe, de in stukken gehakte paksoi en boomspinazie, en de versnipperde blaadjes shungiku en citroenmelisse. Roeren tot alles er min of meer gaar uit ziet. (de bloemen krimpen enorm)

Scampi’s ‘oriental’

Ingrediënten:

  • 1 ajuin
  • 14 scampi’s
  • oyster sauce
  • gemberpoeder
  • beetje olie

Fruit de ajuin in de olie tot hij een beetje bruin begint te zien, en voeg dan de scampi’s toe. Als de scampi’s half gaar zijn oyster sauce en gemberpoeder toevoegen, en blijven roeren tot alles gaar is. Warm opdienen!

De speciale ingrediënten:

Een aantal ingrediënten is heel standaard, een aantal totaal niet voor de hand liggend. De mini-paksoi heb ik deze keer uit de chinese supermarkt, maar is ook goed zelf te kweken. De boomspinazie is natuurlijk makkelijk te vervangen door echte spinazie, andere meldesoorten of nieuw-zeelandse spinazie, de radijspeulen, shungiku en dagleliebloemen zijn iets minder makkelijk te vervangen als je een gelijkaardig resultaat wil… wat niet wegneemt dat de currie zonder radijspeulen (of met sluimerwten) even lekker zou zijn…

radijspeulen, dagleliebloemen, boomspinazie, shungiku en citroenmelisse

radijspeulen:
Van de radijsplant (Raphanus sativus subsp. sativus) kunnen we niet alleen de knolletjes eten, maar ook bijna al de rest. Zo heb ik in het verleden het jonge loof al gebruikt voor een zomerse soep, en de bloemen doe ik regelmatig in de sla. Maar ook de jonge vruchten zijn verassend lekker. Ze hebben een eigen unieke smaak die ergens tussen sluimerwten en radijzen inzit, en zijn goed bruikbaar bijvoorbeeld in dit soort van curryschotels of in de wok, maar ook rauw zijn ze perfect te gebruiken in de sla. Pluk de vruchten, die officieel botanisch gezien geen peulen maar hauwen zijn wel jong, anders zijn ze taai en weinig smakelijk.

Een bedje doorgeschoten radijzen hoeft dus niet veroren te zijn, maar kan ingrediënten leveren voor een aantal lekkere en niet voor de hand liggende recepten!

Boomspinazie:

De boomspinazie (Chenopodium giganteum, soms ook ‘magentaspreen’ genoem) is een heel opvallende eenjarige bladplant, familie van de gewone melganzenvoet (één van de meest algemene onkruiden hier ten lande en in veel delen van de planeet) die heel sterk kan groeien, tot 3 meter naar het schijnt, vandaar de naam, en die een opvallend mooie violetpaarse kleur op de jonge bladeren heeft. Net zoals de meer ordinaire melganzenvoet vind ik hem lekkerder en meer karaktervol dan de gewone spinazie. Makkelijk te kweken, maar aan zaad komen is niet altijd even makkelijk. (De nieuwe tuin verkoopt hem als ‘fluo-melde’)

Daglelie:
De daglelie (Hemerocallis ssp) is niet alleen een prachtige tuinplant, maar ook een gegeerde groente in sommige streken. Alle delen van de plant zijn eetbaar naar verluidt, maar ik heb tot nu toe alleen de bloemen geprobeerd, die een redelijk neutrale, maar zoetige smaak hebben. Pluk de geopende bloemen, die maar één dag bloeien, of de volgroeide bloemknoppen.Ze zouden in Azië gedroogd te koop moeten zijn, maar zo heb ik ze nooit gezien. Eerder heb ik ze klaargemaakt als tempura.

Let op: Het is wel belangrijk de juiste plant te hebben, want andere lelie-achtigen en irissen kunnen heel giftig zijn. Dus niet in het wilde weg lelie-achtige bloemen gaan eten als je niet zeker bent met welke soort je te doen hebt..

Shungiku:
De shungiku of  gekroonde ganzenbloem (Chrysantemum coronarium) is Chrysantensoort die nauw verwant is met onze inheemse gele ganzenbloem, die in de traditionele japanse keuken als keukenkruid gebruikt wordt. Niet zo moeilijk te kweken, en met een heel eigen aroma dat een speciaal accent geeft.

Voor wie zich afvraagt wat de bloemen zijn waar de schotels mee versierd zijn: het zijn bloemen van doorgeschoten paksoi en zwaarherik (één van de soorten die als rucola/raketsla verkocht worden) beide heel goed eetbaar. Het paars in het potje rauwkost is van de boomspinazie!

smakelijk

Bram

juli 17, 2010

Bramse bloemen-tempura

Vandaag eens geen wilde keuken, maar nog steeds een beetje experimenteel en onconventioneel: het blijft koken met dingen die de meeste mensen niet zomaar spontaan zouden opeten. Tempura is een japanse bereidingswijze waarbij voedingswaren worden gefrituurd in een beslagje…

Bramse bloemen-tempura

bloemen (pompoen, daglelie, lavatera)
ijsloud water, met liefst een beetje spuitwater erdoor
300 ml bloem
1 ei
zout, beetje kruiden naar smaak
frituurpan.

Maak beslag door de bloem en het ei te mengen, en er dan water bij te doen tot de structuur oké is. (als hij blijft plakken aan wat je erin doopt) een beetje zout en desgewenst wat kruiden in het deeg doen.
doop dan de bloemen in het deeg, ze vasthoudend aan een steeltje, en laat ze een paar minuten frituren.

Zo simpel is het…

Wat uitleg bij de gebruikte bloemen
* pompoenbloemen: de bloemen van alle pompoen- en courgetten (cucurbita ssp) zijn bruikbaar.
* daglelie: de daglelie (Hemerocallis ssp) heeft mooie bloemen in veel kleurvarianten die elk maar 1 dag open zijn. De hele plant zou eetbaar moeten zijn, maar daar heb ik verder geen ervaring mee. Volgens sommige bronnen zouden heel donkere bloemen nogal sterk van smaak zijn, maar dat heb ik ook nog niet geprobeerd. Let wel op dat je de juiste plant hebt, andere lelie-achtige planten kunnen best giftig zijn!
* Lavatera: was nu per toeval de plant waar ik beschikking over had, en het ging goed. De meeste kaasjeskruid-achtigen zijn eetbaar, en met bijvoorbeeld stokroosbloemen lijkt het mij best spectaculair…

Verdere mogelijkheden qua bloemen zijn bijvoorbeeld bloeiende kool- of radijstopjes (kan redelijk sterk smaken wel) stukjes vlierbloesem-scherm (best zoet deeg maken) en misschien wel roomse kervel of zo.

Verder is het lekker met groenten als bloemkool, broccoli, stukjes courgette of pompoen, of zoete aardappel. (in de juiste vorm gesneden heb ik zo eens ‘vegetarische scampi’s’ gemaakt van zoete aardappel.

Iemand die nog ideëen heeft mag ze altijd posten!!

Enjoy. En denk eraan dat je niet moet overdrijven met gefrituurd eten…

Bram

juni 21, 2010

zandkoolsoep

Filed under: natuur, wild voedsel — Tags: , , , — brambonius @ 5:55 pm

en dan nog ééntje uit de wilde soepkeuken, een persoonlijke specialiteit:  zandkoolsoep, gemaakt dus met een plant die grote zandkool heet, en niet een soep van kool en zand, dat  lijkt me minder interessant…. . De smaak van de bewuste grote zandkool is nogal sterk (denk aan rucola-raketsla)  en te opdringerig om puur te gebruiken, dus ik vul hem aan met meer neutrale groenten. dat kan bijvoorbeeld sla of vogelmuur zijn, maar ik heb deze keer melganzevoet gebruikt. (zie vorige post)

Zandkoolsoep
een handje grote zandkoolbladeren
een handje melganzenvoet/sla/vogelmuur
een ajuin
kleine aardappel
beetje room
peper, zout
bouillonblokje
olijfolie

ajuin fijn snijden en fruiten in olie. Dan de aardappel in blokjes, de zandkoolbladeren en andere groenten even mee laten stoven, en water toevoegen en laten koken, met bouillonblokje. als de aardappel gaar is mixen met staafmixer, en nog even laten doorkoken. Achteraf beetje room of melk toevoegen.

grote zandkool
De grote zandkool is een mooie geelbloeiende overblijvende wilde plant uit de kruisbloemenfamilie, met een smaak die doet denken aan raketsalade, maar dan pittiger. In het zuiden van europa wordt hij ook traditioneel gebruikt in de keuken op gelijkaardige manier. Om één of andere reden dikwijls te vinden in de buurt van populieren hier in deze streken. (Ik heb geen idee waarom) maar hij staat ook mooi in onze kruidentuin. Is ook lekker in rauwkostrecepten waar raketsla gebruikt wordt, maar hou er rekening mee dat hij pikanter is.

Het recept is ook makkelijk te doen met andere raketsla-soorten trouwens voor een gelijkaardig resultaat.

smakelijk

Bram

gemengde onkruidsoep uit de moestuin

en dan gaan we terug naar de wilde keuken. Mijn gemixte soepjes in vele varianten met wilde groenten zijn ondertussen een klassieker geworden, en de laatste nieuwe versie die ikzelf heel lekker vond wil ik u niet onthouden, al was het dan een toevalstreffer.

Veel opbrengst heb ik nog niet gehad dit jaar in de moestuin ( de meeste plantjes zijn nog aan het groeien om later op het jaar te geven) maar van het onkruid heb ik al lekkere dingen gedaan, waaronder dit simpel maar lekkere soepje. Ik ga eerst het recept geven zoals ik het gemaakt heb, en dan de ingrediënten bespreken.

gemengde onkruidsoep uit de moestuin
* gemengde onkruiden (melkdistel, melganzevoet, vogelmuur, radijsplant, kleine veldkers, jong weegbreeblad)
* 1 ajuin
* blokje groentenbouillon
* peper en zout
* olijfolie

De ui in stukjes fruiten in de olijfolie, en dan de wilde groenten (gewassen en gesnipperd) ook even laten stoven, en dan water en bouillonblokje toevoegen, even laten doorkoken en met de staafmixer fijn mixen. Nog even laten doorkoken en klaar is kees. (simpel, niet?)

Heel lekker opgediend met een bolletje boursin-achtige kaas erin!

nu voor de groenten.

Melkdistel: De jonge blaadjes (geplukt voor de bloei) van zowel de gewone als de gekroesde melkdistel zijn allebei heel lekker als groente, en een heel goede wilde andijvie. Zowel rauw te eten als gekookt, maar het nadeel van rauw is dat de bladranden bij sommige planten nogal stekelig zijn. Heel bruikbaar ook voor een andijviestoemp!

melganzevoet: Dit is één van de meest voorkomende onkruiden, en een heel lekkere wilde spinazie. (Ik vind hem zelfs iets fijner van smaak dan echte spinazie, en verse melganzevoet is echt veel lekkerder dan diepvriesspinazie) De meeste wilde melde- en ganzevoetsoorten zijn bruikbaar als spinazie trouwens, evenals amaranten. Jonge blaadjes en topjes zijn het lekkerst. Ook topjes met bloemknoppen zijn eetbaar, als ze nog niet in het zaad zitten.  Het oxaalzuurgevaar dat beschreven wordt op wikipedia is niet hoger dan bij de verwante gekweekte spinazie trouwens (en geldt voor meer planten in de familie)!

vogelmuur
: Ook kippenmuur genoemd, is een irritant onkruidje met een neutrale smaak, dat in de sla te mixen is, of als ingrediënt voor alternatieve slasoep. Jonge plantjes gebruiken, en goed in stukjes snipperen, zeker bij een recept waar je de staafmixer gebruikt, vanwege de vezels in de stengels.

radijsplant:
ok, dit is valsspelen, want het is in principe nog steeds geen onkruid; maar doorgeschoten radijs is wel een onbruikbare plant in de moestuin. De bloemen en jonge vruchten zijn lekker in de sla, en van het loof kan je een lekkere soep maken. De exemplaren die ik in de soep had gedaan waren in een brocolli-stadium (jonge stengels met beginnende bloemknoppen) aangevuld met bladeren.  Knopherik of wilde (zee)radijs zijn in principe even bruikbaar indien beschikbaar.

kleine veldkers: Is (net zoals de verwante bosveldkers) een heel lekkere wilde tuinkers, maar nogal klein om veel van te verzamelen. Hele plant is te gebruiken voor er zaad in de bloeiwijzen zit, behalve te taaie stengeltjes dan. Ook lekker om gevuld ei mee te maken trouwens!

smalle weegbree
: Een algemene plant, die niet zoveel gebruikt wordt wegens een beetje bitter, maar ik had een aantal heel jonge blaadjes door de soep gedaan. Ik weet eigenlijk niet welke invloed ze op de smaak hebben gehad. De jonge blaadjes van de hertshoornweegbree zouden de lekkerste zijn, maar die heb ik nog niet geprobeerd.

Natuurlijk zijn nog andere planten te gebruiken in dit soort soep. Netels bijvoorbeeld. (Maar scherpsmakende planten zoals bepaalde cruciferen moet je altijd aanvullen met zachte smaken, als bijvoorbeeld hier melganzevoet, vogelmuur of melkdistel,…)

smakelijk

Bram

april 18, 2009

pinksterbloemsoep met lookbootjes…

Een recept dat ik zelf net geprobeerd heb, zelfverzonnnen maar een combinatie van verschillende recepten die ergens in mijn geheugen zitten. Voor de pinksterbloem: zoek in april/mei een vochtige wei waar heel veel pinksterbloemen staan, en verzamel de bladeren, bloemaren, bloemknoppen, jonge stengels (voor de bloei) maar geen volwassen stengels, want die geven teveel vezels. Een verschrikkelijk werkje, want veel volume heeft de pinksterbloem niet. Als je denkt genoeg te hebben, verzamel dan toch maar nog twee keer zoveel… (als je geen pinksterbloemen hebt: zie hierna) De lookbootje zijn een uit het hoofd geimproviseerde variatie op een recept dat ik ooit als tiener uit één of ander receptenboek voor wilde planten heb denk ik, maar ik heb geen idee meer welk. Jonge paardenbloemknopjes die nog niet gebloeid hebben hebben een heel eigen en best verfijnde smaak, die ergens tussen stoof-anijvie en spruitjes inzit, en de combinatie met deze soep is echt perfect.

ingrediënten voor de soep:
* genoeg pinksterbloemen om vers de onderkant van de pot helemaal mee te vullen)
* 1 of 2 aardappels
* 2 sjalotjes
* 2 blokjes groenten-bouillon
* peper, zout en kruiden
* klein beetje prei
* glas melk
* boter of olie
en een staafmixer
snij de sjalotjes in kleine stukjes, en fruit ze tot ze bijna bruin zijn in wat boter op de bodem van je kookopt. Voeg dan de pinksterbloemplanten bij en laat die even meestoven (heel klein beetje water toevoegen) met het deksel op de pot. Dan voeg je een paar gesnipperde prei-bladeren toe, de aardappel in heel kleine blokjes en laat een tijdje lekker stoven. De pinksterbloem krimpt lekker weg. Na een tijdje sudderen voeg het water toe, en de bouillonblokjes, wat peper, zout en kruiden (thym en rozemarijn) en wacht tot het kookt.
Kort laten koken en dan mixen tot alles fijn doorgedaan is. Dan terug aan de kook brengen en een tijdje laten koken; Dan het vuur afzetten en een glas melk toevoegen, roeren en opdienen met de lookbootjes.

ingrediënten voor de lookbootjes:
* boterhammen
* jonge paardenbloemknoptjes
* lookboter (of boter en lookpoeder)
* beetje zout

snij de korstjes van de boterhammen, en als het grote zijn snij ze in stukken, waarbij je leuke vormen kan maken. Bak ze in de pan met lookboter als grote croutons. De paardenbloemknopjes bak je in een klein pannetje met boter en wat zout (als je niet roert deksel opzetten) maar zie dat ze niet droogbakken of verschrompelen. Dan leg je de gebakken knopjes op de croutons.

Opdienen met de bootjes apart, want ze zinken nogal snel als je ze in de soep doet… Je kan best een beetje pinksterbloem bewaren om de soep mee op te dienen.

Wat de pinksterbloem als ingrediënt betreft, als je daar niet aan kan geraken is die te vervangen door veel andere plantensoorten uit dezelfde familie, meestal planten die het woord ‘kers’ in de naam hebben en er niet uitzien als fruitbomen… (‘kers’ is in dit geval etymologisch verwant met het franse woord ‘cresson’) Het recept zelf is een variant op waterkers-soep, dus je kan ook water- of tuinkers kopen, of wilde planten gebruiken als kleine– of bosveldkers (nog minder volume en meer gepruts om te verzamelen, succes!) Zelf ik heb een gelijkaardige soep gemaakt gehad met grote zandkool, dus waarschijnlijk moet rucola of raketsla ook bruikbaar zijn… Het merendeel van de kruisbloemenfamile is eetbaar (maar check toch maar bijvoorbeeld op plants for a future, als je de plant gedetermineerd hebt en de latijnse naam hebt, en check ook vooral hoe hij smaakt!!)

Pinksterbloem kan verder als verse plant ook heel goed gebruikt worden in salades, maar denk eraan dat hij scherp van smaak is vers. Verder kan je denken aan alle recepten waar je water- of tuinkers zou gebruiken, de smaak is vergelijkbaar maar met een heel eigen aroma. Denk er ook aan dat de pikante smaak van planten van de tuinkersfamilie komt van de etherische oliën die erin zitten, en niet van alkaloiden zoals bijvoorbeeld bij paprika-achtige pepers. Daardoor gaat de scherpe smaak soms bijna helemaal verloren bij het koken, omdat de meeste etherische oliën zoals de naam al zegt nogal vluchtig zijn.

smakelijk allemaal…

shalom

Bram

maart 20, 2009

brandnetelsoep met voetnoten

Bij het begin van de lente begin ik terug met mijn anarchistische wilde ingredientenkeuken. Niet dat die zo spectaculair is, ik ben maar een simpel amateurtje in de keuken van wilde planten, maar het is wel leuk natuurlijk… Het meest gebruikte recept is mijn beroemde brandnetelsoep, dat ik hier nu verklap… (kan nog handig zijn als er ooit een enorme crisis aankomt…)

brandnetelsoep

ingredienten:

* netels, genoeg om je kookpot te vullen (1)
* 1  bosje kraailook, bladeren en knol (2)
* bouillon (3)
* 1 grote ajuin (4)
* blokje boter (5)
en een staafmixer…

was de netels en breng ze met wat water aan de kook. Laat ze even koken en giet ze dan af en doe het kookwater weg. (6) ondertussen heb je de ajuin in kleine stukjes gesneden en de kraailook versnipperd, en die kan je dan samen laten fruiten in een beetje boter in de pot waar je de soep in gaat maken. daar voeg je daarna de netels bij, en die laat je even lekker sudderen. Als die lekker gesudderd hebben dan doe je er water en boeuillon bij, en breng dat aan de kook en laat even doorkoken. Dan van het vuur halen en heel fijn mixen, en trug op het vuur zetten om nog eventjes te laten koken. Opdienen met croutons, een beetje gesnipperde kraailookblaadjes en een sliertje witte room in de soep.

SMAKELIJK

voetnoten

(1) liefst de grote brandnetel (Urtica dioica), geplukt voor de bloei. alleen de jonge topjes worden gebruikt, want de stengels hebben veel te veel vezels… Kleine brandnetel is moeilijk te verwerken, en witte dovenetel heeft een andere smaak (kan wel gebruikt worden om aan te vullen)

(2) een wilde looksoort, die indien niet beschikbaar is evengoed vervangen kan worden door andere looksoorten zoals teentjes knoflook, of eventueel daslook…

(3) lekker met groenten- of kippenbouillon, en vooral ook met zelf getrokken bouillon als je daar de tijd voor hebt.

(4) of ui voor de nederlanders.

(5) of margarine of olie natuurlijk

(6) in het eerste kookwater zit het mierenzuur uit de netelharen, en dat is niet zo gezond volgens sommigen…

shalom

Bram

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.